De basis van portrettekenen

Published by

on

Portrettekenen – hoe begin je, hoe ga je verder en hoe rond je af?

Als eerste leg ik je in theorie uit hoe je een portrettekening van begin tot eind creëert:

Gebruik hulplijnen om ervoor te zorgen dat alles in de juiste verhouding staat.

Zodra de basislijnen goed zijn, kun je beginnen met het toevoegen van details. Werk langzaam en geduldig, en bouw je tekening laag voor laag op.

Voeg de eerste laag details toe door de contouren van de gezichtskenmerken te verfijnen. Gebruik lichte, subtiele lijnen om schaduwen en accenten aan te brengen. Dit geeft je portret diepte en maakt het realistischer. Let op de lichtval en hoe deze de vormen van het gezicht beïnvloedt. Door schaduwen op de juiste plaatsen toe te voegen, kun je het karakter en de expressie van je onderwerp echt tot leven brengen.

Werk aan de vorm van de ogen, de kromming van de neus en de omtrek van de lippen. Houd je lijnen licht en flexibel, zodat je gemakkelijk correcties kunt aanbrengen.

Werk in lagen door geleidelijk steeds meer details en schaduwen toe te voegen. Laag op laag. Gebruik een combinatie van lichte en donkere tonen om diepte en volume te creëren. Werk van algemeen naar specifiek: begin met grote schaduwvlakken en werk dan naar kleinere details.

Voeg de fijnere details toe, zoals de textuur van de huid, de glans in de ogen en de individuele haren van de wenkbrauwen en wimpers. Gebruik scherpe potloden voor precisie en zorg ervoor dat je lijnen variëren in dikte en intensiteit.

Gebruik een gum om lichte highlights te creëren en donkere potloden voor de diepste schaduwen.

Zelf gebruik ik erg graag Faber-Castell potloden. Faber-Castell biedt een breed scala aan potloden, elk met eigen unieke eigenschappen.

  • HB: Een goede allrounder, ideaal voor de eerste schetsen.
  • B: Zachter, geeft donkerdere lijnen en is perfect voor schaduwen.
  • 2B, 4B: Nog zachter, voor diepe schaduwen en details.
  • 6B, 8B: Zeer zacht, voor de donkerste delen van je tekening.

Dit kan een foto zijn, iemand die model staat, of zelfs je eigen spiegelbeeld.

Gebruik een potlood met een middelharde graad (bijvoorbeeld HB of B) om lichtjes de basisvormen van het gezicht te schetsen. Denk aan een ovaal voor het hoofd, lijnen voor de middellijn en zijlijnen van het gezicht, en cirkels voor de ogen.

  1. Hoofdvorm: Begin met een ovale vorm voor het hoofd.
  2. Hulplijnen: Teken een verticale lijn door het midden van het ovaal en een horizontale lijn halverwege om de ogen te plaatsen.
  3. Ogen: Plaats de ogen op de horizontale lijn, ongeveer één oogbreedte uit elkaar.
  4. Neus: Teken de neus halverwege tussen de ogen en de kin.
  5. Mond: Plaats de mond halverwege tussen de neus en de kin.
  6. Oren: De bovenkant van de oren komt ongeveer ter hoogte van de ogen, en de onderkant ter hoogte van de neus.

Begin met de grote vormen zoals de ogen, neus, mond en oren. Houd rekening met de verhoudingen tussen deze onderdelen.

Zodra de basisstructuur staat, kun je beginnen met het aanbrengen van lichte schaduwen. Dit geeft diepte aan je tekening.

De ogen zijn de spiegel van de ziel. Besteed hier extra aandacht aan.

Probeer de persoonlijkheid van het model vast te leggen in de expressie van het gezicht.

Let op hoe het licht op het gezicht valt. Dit bepaalt de schaduwen en geeft je tekening diepte.

Druk niet te hard op je potlood in het begin. Zo kun je fouten makkelijker corrigeren.

Bouw je tekening langzaam op. Begin met lichte tonen en werk naar de donkere delen toe.

Hoe meer je oefent, hoe beter je wordt.

Probeer niet alleen de lijnen te tekenen, maar ook de vormen te zien.

Met een kneedgum kun je kleine fouten corrigeren zonder het papier te beschadigen.

Voor meer stap-voor-stap oefeningen, klik hier om naar de tutorials te gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *