“Wie de kwetsbaarheid van het leven durft te voelen, ontdekt de ware waarde ervan.”
Het leven kunnen we niet eindeloos verlengen, hoe graag we dat soms ook zouden willen.
Want soms is het te kort. Te snel voorbij.
Wat we wél kunnen doen, is elke ontvangen dag koesteren.
Die van een ander. Die van onszelf.
Het leven is zacht als je kijkt naar wat mooi is.
De zon op je huid. Een kind dat lacht.
Een herinnering die warm blijft hangen.
Dan voel je geluk — een stille vreugde die zich hecht aan het gewone.
Maar het leven is ook scherp.
Wanneer het je raakt in je diepste vezels.
Wanneer kwetsbaarheid zich openbaart in verlies, in pijn, in het besef dat niets blijvend is.
Dat het zomaar voorbij kan zijn.
En dat besef snijdt.
Het maakt stil.

Een verhaal van kwetsbaarheid
Ik neem je mee in een verhaal.
Over iemand die de breekbaarheid van het leven in volle ernst ontmoette.
Die moest worstelen om overeind te blijven.
Die verloor, en toch bleef dragen.
Hij zit daar. Stil.
Zijn blik spreekt boekdelen.
Alsof zijn gedachten zich als een open boek voor me ontvouwen.
Ik zie de hoofdstukken van zijn strijd.
De beelden die zich herhalen, alsof ze opnieuw geschreven worden.
Ik schrijf met de pen die ooit van haar was.
Sterk, krachtig, bijna onoverwinnelijk.
Maar nu is de inkt op.
De lijnen vervagen.
Wat overblijft zijn littekens in het papier — stille sporen van wat ooit was.
De berg, de afgrond, het afscheid
Ze waren samen in Oostenrijk.
Een korte vakantie, een moment van rust.
Maar zij droeg iets met zich mee — een gevoel van afscheid, een fluistering van kwetsbaarheid.
“Als ik er niet meer ben, dan…” had ze gezegd.
Die ochtend, hoog in de bergen, liep ze naast hem.
Tot ze uitgleed.
Een gil doorbrak de stilte.
En toen… niets meer.
Hij rende. Hij klom. Hij vond haar.
Gebroken.
Haar ogen zochten nog naar leven, maar het glipte weg.
Langzaam.
Zacht.
Tot het stil werd.
De deur van het leven viel dicht.

Het besef
Nu zit hij thuis.
Op de bank.
In gedachten reist hij terug.
Naar haar lach. Haar stem. Haar aanwezigheid.
Naar het moment waarop hij haar verloor.
En naar het besef dat het leven kostbaar is — omdat het eindig is.
Wat blijft
Laten we zuinig zijn op het leven.
Op de mensen die ons zijn toevertrouwd.
Op de liefde die we mogen voelen.
Op de momenten die we mogen delen.
Alles wat we bezitten, is vergankelijk.
Maar wat we liefhebben, leeft voort in herinnering.
Zoals de inkt van een pen die ooit schreef met kracht — tot de laatste druppel.

We leven in een wereld vol haast, vol ruis.
Maar soms, als het leven stilvalt, horen we pas echt wat ertoe doet.
In die stilte schuilt een uitnodiging:
om te voelen wat kwetsbaar is,
om te koesteren wat kostbaar is,
om te leven met open ogen en een zacht hart.
Want het leven is geen vanzelfsprekendheid.
Het is een geschenk — breekbaar, tijdelijk, maar vol betekenis.
Laten we het niet uitstellen om lief te hebben.
Niet wachten met zeggen wat gezegd mag worden.
Niet vergeten te kijken naar wat er wél is.
Want ergens, op een dag,
zal het de laatste zijn.
En tot die dag…
mogen we leven.
Echt leven.
“Het leven is geen bezit, maar een geschenk — om met open handen te ontvangen en met een dankbaar hart te leven.”