Als het leven overleven wordt – en je weer leert kiezen voor jezelf

Published by

on

Een persoonlijk verhaal over uitputting, loslaten en het hervinden van innerlijke ruimte

Soms is het juist dat wat je jezelf ooit als helpende hand aanreikte, dat je later het meeste uitput.
De goedbedoelde tips die ik mezelf vorig jaar had ingeprent, achtervolgden me dagelijks. Wat ooit bedoeld was als steun, voelde nu als een opgejaagde stroom van moeten. Ze beroofden me van het beetje energie dat nog ergens diep in mij verscholen lag.

Rust vond ik alleen in kleine stapjes. Maar het ging traag. Té traag. En juist dat verlangen naar stilte, naar ruimte in mijn hoofd, werd een bron van onrust. Mijn lichaam protesteerde met hoofdpijn, mijn reacties werden overdreven, en situaties die ik normaal met een glimlach zou laten passeren, raakten me ineens diep.
Ik raakte gefrustreerd. Prikkelbaar. En uitgeput. Want het was zelden goed genoeg.
Langzaam gleed ik in een verbitterde houding, opstandig en moe van het vechten. Schuldgevoelens kregen vrij spel. En ik verloor mezelf in het zoeken naar iets wat ik allang in mij droeg, maar niet meer kon voelen.

“Wat ik heb meegemaakt rondom burn-out en overspannenheid, is misschien ook voor jou herkenbaar.”

Eind 2014 stond ik stil. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat ik niet anders meer kon.
Ik voelde me opgebrand. Leeg. Uitgeput tot in mijn vezels. Het enige wat nog uit mij kwam, was een wanhopige uitroep: “Ik trek dit niet meer.”
De combinatie van werk en moederschap had me uit balans getrokken. En daarbovenop overspoelden privéomstandigheden me — ik had geen grip meer, geen overzicht, geen rust.

Mijn burn-out maakte me tot iemand die ik nooit had willen zijn: kwetsbaar, emotioneel, labiel.
Op een dag, op mijn werk, werd ik voor keuzes gesteld. Welke karren moest ik loslaten om überhaupt te kunnen herstellen?
Die vraag raakte me diep. Want ik besefte: zo doorgaan was geen optie meer. Niet voor mij. Niet voor mijn gezin.
Mijn emotionele instabiliteit maakte rationeel handelen onmogelijk. En dat besef was pijnlijk, maar ook helder.

Het kostte me veel innerlijke voorbereiding en voelde als een rouwproces. Maar ergens wist ik: het kan alleen maar beter worden.
Weg met de stress. Weg met de opgebrande lontjes. Weg met de chaos die me van binnenuit had verscheurd.
Wat bleef, was een verlangen naar eenvoud, naar ademruimte, naar mezelf.

Mijn lichaam wilde mijn hoofd duidelijk maken dat ik moest stoppen met zoveel mogelijk in zo weinig mogelijk tijd te proppen. Ik ervoer een orkaan in mijn hoofd en mijn lichaam voelde aan als een oud, versleten en hol omhulsel van een opgejaagd en opgebrande geest. Mijn geest draaide overuren. Ik voelde me gespannen en ervoer dagelijks een last door het gevoel van moeten, overprikkeling en stress.

Ik ben hoogsensitief. Moeder van drie jonge kinderen. En ik had een veeleisende baan, stoppen was geen optie door omstandigheden.
Dat is al een behoorlijke cocktail van verantwoordelijkheden.
En hoewel ik weet dat veel vrouwen het combineren van werk en moederschap als zwaar ervaren, voelde het voor mij alsof ik op een wankel koord liep — zonder vangnet.

Want als daarbovenop ook nog emotioneel ingrijpende omstandigheden komen, dan raakt de balans zoek.
Dan wordt leven langzaam overleven.
En dat is een belangrijk signaal.
Een signaal dat je niet mag negeren — tenminste, als je niet wilt afglijden in een destructieve houding, waarin je jezelf voorbijloopt en een burn-out op de loer ligt.

Hoe vind je weer rust wanneer de wereld om je heen zo vol prikkels is dat het je overweldigt? Als je hoogsensitief bent, is het niet genoeg om alleen te verlangen naar stilte — het vraagt ook om bewuste keuzes en kleine stappen om die rust echt toe te laten in je leven.

Hoe doe je dat eigenlijk — tot rust komen terwijl alles doorgaat?
Want stoppen en alles achter je laten was geen optie. Een lange ziekmelding evenmin.
En toch… mijn lijf en hoofd schreeuwden om pauze.

Men zegt dat je bij burn-outklachten je draaglast en draagkracht in balans moet brengen.
Dat je vooral níet moet stoppen met je dagelijkse bezigheden.
Maar hoe houd je vol als je van binnen al lang bent gestopt?

Het voelde alsof ik moest blijven lopen op een pad dat steeds steiler werd, terwijl mijn benen allang niet meer konden.
Rust zoeken werd een zoektocht op zich.
Een zoektocht naar ruimte binnen de drukte, naar adem tussen de verplichtingen, naar mezelf — ergens onder de lagen van moeten en doorgaan.

Maar hoe doe je dat, als zelfs je reservetank leeg is?
Als je voelt dat er niets meer te geven valt, geen energie, geen helderheid, geen ruimte?

Iemand zei ooit: “Zoals je een olifant eet — hapje voor hapje.”
En ergens raakte die uitspraak me. Want het leven voelde op dat moment als een veel te grote hap.
Dus begon ik.
Klein.
Voorzichtig.
Eén stap tegelijk.
Niet omdat ik wist waarheen, maar omdat stilstaan geen optie meer was.

Evening by Tineke

Ik kies ervoor om het tempo te verlagen — van opgejaagd naar langzaam. Rustiger aan dus. En naarmate ik dit besluit meer eigen maak, besef ik steeds vaker: ik móét eigenlijk niets. Vaak ben ik het zelf die kiest om iets te doen. Natuurlijk zijn er taken waar je niet onderuit komt, maar zelfs daarin kun je energie sparen door het met meer kalmte te benaderen. Wees mild voor jezelf, en waardeer wat er al goed gaat.

Ik laat los. Niet door alles in één keer neer te gooien, maar door de touwen van de zware karren die ik al zo lang meesleep, bewust iets te laten vieren.
Zodat er ruimte ontstaat. In mijn hoofd. In mijn agenda. In mij.

Als ondernemend persoon en kartrekker is het voor mij essentieel om helder te krijgen waar ik verantwoordelijkheid voor draag.
Niet alleen praktisch, maar ook emotioneel: welke verwachtingen leef ik na? Welke rolpatronen houd ik in stand?

Door dat overzicht te maken, kan ik keuzes maken.
Soms betekent dat: een kar loslaten.
Zelfs als het pijn doet.
Zelfs als het voelt alsof ik daarmee iets of iemand tekortdoe.
Maar juist in dat loslaten ontstaat ruimte voor herstel. Voor adem. Voor mij.

Ik plan bewuster. Mijn agenda is niet langer een optelsom van verplichtingen, maar een plek waar ook rust mag bestaan.
Ik spreid afspraken beter, laat meer ruimte tussen de blokken.
En die ruimte… die geeft me adem. Tijd om op te laden. Tijd om te voelen wat ik nodig heb.

Als ik te moe ben om naar een afspraak te gaan, zeg ik af. Of ik verplaats. Zonder schuldgevoel — of in elk geval: met mildheid voor het schuldgevoel dat soms toch opkomt.
Ik blok dagdelen. Niet voor werk, maar voor herstel. Voor stilte. Voor mij.

Er zijn verschillende manieren om meer rust en kalmte in je leven toe te laten. Denk aan het kalmeren van je ziel, het oefenen in ‘goed-genoeg’ zijn, of het cultiveren van dankbaarheid. Ook een gezonde manier van denken draagt bij aan innerlijke rust. Het zijn stuk voor stuk kleine, bewuste keuzes die je helpen om dichter bij jezelf te blijven.

  1. Zeg eens wat vaker: “Oké, prima.”
    Niet alles hoeft uitgebreid geanalyseerd of gevoeld te worden. Soms is het goed om dingen gewoon te laten zijn, zonder er te lang bij stil te staan.
  2. Bespaar energie door niet overal op in te gaan.
    Je hoeft niet alles te willen oplossen, begrijpen of beïnvloeden — niet in relaties, niet bij je kinderen, en ook niet op je werk. Laat los wat niet van jou is.
  3. Aanvaard meer en denk in uitdagingen.
    Problemen kunnen zwaar voelen, maar als je ze ziet als uitnodigingen tot groei, verandert je perspectief. Aanvaarding opent de deur naar innerlijke kracht.
  4. Begin je dag met gebed, eindig met dankbaarheid.
    Zoek contact met dat wat groter is dan jij — God, het leven, de stilte. Laat je leiden. En sluit je dag af met een moment van dankbaarheid, hoe klein ook.
  5. Geniet bewust van je rustmomenten.
    Schaf een ‘momentje rust’-dagboekje aan. Schrijf op wat je raakt, wat je loslaat, wat je koestert. Zo geef je ruimte aan jezelf — en aan het leven dat door je heen stroomt.
  1. Word langzaam wakker
    Neem een paar minuten om te voelen hoe je je lichaam aanvoelt voordat je opstaat. Leg je hand op je hart of buik en adem rustig in en uit.
  2. Stel een intentie voor de dag
    Vraag jezelf: Wat heb ik vandaag nodig? of Wat wil ik vandaag geven aan mezelf?
  3. Kies één ding dat je met aandacht doet
    Of het nu je kopje thee is, je wandeling of het aankleden — doe het bewust en zonder haast.
  4. Wees mild voor je to-dolijst
    Begin met wat echt belangrijk is, en laat ruimte voor pauzes. Je hoeft niet alles vandaag te doen.
  1. Laat de dag van je afglijden
    Schrijf drie dingen op die goed gingen of waar je dankbaar voor bent — hoe klein ook.
  2. Verzacht je gedachten
    Merk op wat je nog ‘moet’ van jezelf, en spreek zachtjes tegen jezelf: Het is genoeg voor vandaag.
  3. Creëer een rustmoment voor het slapengaan
    Dim het licht, zet een rustgevend muziekje op of lees een paar bladzijden uit een inspirerend boek.
  4. Kalmeer je zenuwstelsel
    Leg je handen op je buik en adem langzaam in en uit. Herhaal een zin als: Ik mag loslaten. Ik ben veilig. Ik ben genoeg.

Rust vinden in een wereld vol prikkels is geen luxe, maar een noodzaak — zeker als je gevoelig bent voor wat er om je heen gebeurt. Door bewust te vertragen, mild te zijn voor jezelf en ruimte te maken voor wat goed voelt, geef je jezelf iets kostbaars: ademruimte. Het is geen rechte weg, maar elke kleine stap telt. Wees zacht, wees trouw aan jezelf, en weet: je hoeft het niet perfect te doen — goed-genoeg is al heel veel.