Wie zich verwondert, ontdekt elke dag een beetje magie.
Soms vraag ik me af wanneer we dat een beetje kwijtraken. Dat kijken alsof alles nieuw is. Want als ik naar mijn kind kijk, zie ik het nog overal.
Een slak op het pad die ineens het belangrijkste van de hele dag wordt.
Een wolk die blijkbaar meer vormen heeft dan ik ooit heb gezien.
Een vraag waar geen einde aan lijkt te komen.
En eerlijk? Soms heb ik daar iets minder geduld voor.
Dan denk ik:
ja, mooi… zullen we doorlopen?
Tot ik een seconde later besef dat er eigenlijk niets is om naartoe te haasten. En dat ik dus degene ben die haast heeft. Niet mijn kind.
Dat zijn van die momenten waarop ik mezelf een beetje tegenkom.
Waarin ik merk hoe snel ik alweer verder wil, terwijl er eigenlijk net iets is wat nog gezien wil worden.
Verwondering zit niet in iets groots. Het zit precies daar.
In dat kleine moment waarop mijn kind iets aanwijst en zegt:
“kijk eens…”

En dat ik dan de keuze heb om door te lopen… of even mee te kijken.
Als je even blijft kijken, gebeurt er iets. Ik merk dat vooral tijdens wandelingen. Wat voor mij een route is van A naar B, blijkt samen met mijn kind een soort ontdekkingstocht zonder eindpunt.
Alles telt.
Een tak.
Een kleur.
Een beestje dat ineens ergens vandaan komt.
En ergens onderweg vertraag ik vanzelf een beetje, alsof ik gewoon word meegenomen. En soms denk ik dan: dit is het dus.
Het voelt niet als iets dat je moet leren, maar als iets wat er al is. Alleen zijn wij het vaak een beetje verleerd. We zijn gewend geraakt om door te gaan, verder te kijken en te denken dat het ergens anders zit. Terwijl het vaak gewoon naast je loopt, in alles wat je kind je laat zien.
Ik merk ook dat verwondering iets verandert in de sfeer. Dat een moppermoment ineens zachter wordt als mijn kind iets aanwijst of ergens om moet lachen waar ik zelf al aan voorbij was gegaan. Omdat je er ineens anders naar kijkt.
Soms ben ik gewoon moe en hoor ik mezelf denken: dit is echt niet het moment voor een filosofische slak. Maar juist dat maakt het ook echt.
Verwondering gebeurt niet perfect. Het gebeurt tussendoor. En misschien is dat wel waarom het zo krachtig is. Omdat je er niets voor hoeft te kunnen. Je hoeft het alleen soms even toe te laten.
En dan ineens zie je het weer. Dat kleine beetje magie waar mijn kind me telkens weer aan herinnert. Omdat het er nog gewoon is, en ik er af en toe weer even bij kan aansluiten.
Misschien is dat alles wat nodig is.
Iets wat je af en toe weer even ziet in een klein moment. In iets wat wordt aangewezen in dat simpele “kijk eens…”
Daar, precies daar, gebeurt het. Als je even blijft en meebeweegt met dat moment, merk je dat het er al die tijd al was.
Je hoeft het alleen af en toe weer even terug te vinden in wat zo dichtbij is.
Gewoon, naast je.
