Soms ben je zo bezig met alles wat moet, dat je jezelf ergens onderweg een beetje parkeert, zonder dat je het echt doorhebt.
Ik had mezelf voorgenomen om vandaag rustig aan te doen, en in het begin leek dat ook echt te lukken, alsof de dag een ander tempo had.
Eerlijk.
Totdat ik een paar minuten later alweer meerdere dingen tegelijk aan het doen was, met in mijn hoofd het geruststellende idee dat ik eerst nog even iets zou afronden en daarna wel ruimte zou maken voor rust.
Dat “daarna” schuift steeds verder op, en voor ik het weet is de dag voorbij en besef ik dat ik mezelf compleet voorbij ben gelopen.
Ik merk dat ik daar best handig in ben geworden, in doorgaan en regelen en zorgen dat alles blijft lopen, terwijl ik mezelf intussen een beetje naar de achtergrond laat verdwijnen.
Er is nooit echt een beginpunt, het sluipt er gewoon langzaam in, waardoor het pas later voelbaar wordt dat ik mezelf ergens onderweg een beetje ben kwijtgeraakt.
Aan de buitenkant lijkt er weinig aan de hand, want alles draait en de dag wordt gevuld en er gebeurt genoeg, maar ergens vanbinnen voelt het minder afgestemd, alsof ik er niet helemaal bij ben.
Meestal merk ik het in kleine signalen. In hoe snel ik reageer of hoe moe iets aanvoelt, of in dat moment waarop ik me afvraag waarom alles ineens zoveel energie kost.
En vaak blijkt dan dat het gevoel er al langer was, alleen had ik er niet bij stilgestaan.
We leven in een tempo waarin doorgaan bijna vanzelf gaat, waarin er altijd iets te doen of te beantwoorden is en waarin stilvallen al snel als iets voelt wat eigenlijk niet uitkomt.
Daardoor raak je jezelf niet in één keer kwijt, maar stukje bij beetje, op een manier die moeilijk vast te pinnen is.
Lange tijd dacht ik dat zelfliefde iets groots was, iets waarvoor je eerst iets moest veranderen of oplossen, maar in mijn ervaring begint het juist veel kleiner en onopvallender.
Het zat bij mij in een moment midden op een dag waarop ik merkte dat het niet lekker liep en dat ik dat gevoel niet meteen wegduwde, maar er heel even bij bleef, zonder dat het ergens naartoe hoefde.
Dat betekende soms niet meer dan even stoppen, zonder plan of oplossing. En opmerken hoe het eigenlijk met me ging, ook als daar geen duidelijk antwoord op kwam.
In het begin voelde dat onwennig, alsof ik iets liet liggen wat nog gedaan moest worden, maar tegelijk ontstond er iets rustigers in dat korte moment van aandacht.
Sindsdien voelt zelfliefde voor mij veel kleiner. In momenten waarin ik mezelf opmerk, even stilsta en niet meteen weer doorga.

Soms is dat niet meer dan erkennen dat een dag gewoon veel was, zonder dat er meteen iets hoeft te veranderen. Wat ik steeds meer merk, is dat hoe ik met mezelf omga ook voelbaar is in hoe ik er voor anderen ben.
Als ik mezelf minder goed voel, merk ik dat in hoe ik luister, reageer en aanwezig ben, alsof ik wel meedoe maar er niet helemaal bij ben. En dat lijkt iets te zijn wat je overal een beetje ziet. Een manier van leven waarin iedereen blijft doorgaan, terwijl het contact met jezelf steeds stiller wordt.
Juist daarom voelt zelfliefde voor mij steeds minder als iets individueels, en steeds meer als iets wat invloed heeft op hoe je in verbinding staat met anderen.
Voor mij zit het dus niet in grote veranderingen, maar in die kleine momenten waarop ik mezelf weer even opmerk en besef dat ik er ook nog ben.
En vaak is dat al genoeg om weer een beetje terug te komen bij mezelf, zonder dat alles anders hoeft, maar wel met iets meer ruimte en aandacht.
Misschien zit het daar wel.
Niet in grote veranderingen, maar in dat ene moment waarop je jezelf weer even tegenkomt.
Dat je merkt dat je er nog bent.
En dat dat genoeg is om weer een stapje dichter bij jezelf te komen.
misschien is dit zo’n moment…

