“Soms begint liefde niet met nabijheid, maar met het besef van wat er ontbrak.“
- Een persoonlijk verhaal over gemis, herinneringen en vlinders
- Liefde in de schaduw van gemis
- Gezonde balans tussen liefde en zelfbescherming + tips voor loslaten
Soms begint liefde met het erkennen van je eigen honger naar liefde.
Wanneer liefde begint met gemis
Liefde begint niet altijd met een warme omhelzing. Soms begint het met gemis.
Je zit bijvoorbeeld op een verjaardag, omringd door mensen, maar je voelt je alleen. Je kijkt naar de lege stoel waar degene die je mist had kunnen zitten.
Of je hoort een liedje op de radio dat je herinnert aan iemand die er niet meer is.
En ineens voel je het: die stille pijn, dat verlangen naar nabijheid, naar iemand die bij je hoort – maar er niet is.
Dat gemis snijdt diep.
Maar juist daar, in die leegte, ontstaat iets zachts.
Een fluistering van binnen die zegt: “Wat jij zoekt in de ander, mag je ook aan jezelf geven.” Liefde begint dan niet met een omhelzing van buitenaf, maar met een hand op je eigen hart. Met de moed om jezelf vast te houden.
Waarom toch ‘liefde’?
Soms vragen mensen zich af: waarom noem je het liefde, als het zo pijnlijk voelt? Als het gemis zo groot is?
Liefde is niet altijd wat we ervan hopen. Niet altijd warm, nabij of wederkerig. Soms laat liefde zich juist zien in wat er ontbreekt. In het gemis van een vader, een partner, een kind – iemand die er wél had moeten zijn, maar er niet (meer) is. Iemand die je niet zag, niet bereikte, of niet gaf wat je zo nodig had.
En toch… juist dat gemis kan iets blootleggen. Het laat zien waar je naar verlangt. Wat je nodig hebt. Waar je honger zit. En misschien – heel voorzichtig – opent het de deur naar iets nieuws.
Want liefde hoeft niet altijd van buiten te komen. Soms begint ze in jezelf. In het moment dat je erkent: ik verlang naar nabijheid, naar erkenning, naar geborgenheid. En dat je besluit om jezelf te geven wat je zo hebt gemist.
Dat is geen gemakkelijke weg. Maar het is wel een liefdevolle. Een weg van thuiskomen. Bij jezelf.
Een persoonlijk verhaal over gemis, herinneringen en vlinders
Zodra een vlinder in mijn blikveld haar vrije ronde danst, voel ik weer hoe bijzonder haar spel is — met de wind, met de bloemen. Het brengt me terug naar de herinneringen aan de persoon die ik het sterkst mis.
Jij, die zo hield van vlinders. Het was je hobby, je passie. Je was altijd met vlinders bezig — observerend, bewonderend, verzamelend. In hun kwetsbare schoonheid vond jij rust, verwondering en vrijheid.
En nu, elke keer als ik er één zie, lijkt het alsof jij even meevliegt.
Bij jouw afscheid, daar in de kerk, fladderde een vlinder onverwacht door het licht. Alsof ze wist dat ze welkom was. Alsof ze ons wilde herinneren aan iets groters — aan de ziel, aan de verbinding, aan het leven voorbij het zichtbare.
Dat moment was zo puur, zo stil en tegelijk zo krachtig. Het was alsof jij voor het eerst écht zei: “Er is meer. Kijk goed. Leef diep.”
This is for you, dad.
Waar stilte vleugels krijgt – als een vlindertaal van gemis
Er zijn veel te weinig herinneringen. Maar ze zijn nooit te vergeten. De momenten die we samen hadden, zijn me dierbaar.
Als ik een vlinder zie, denk ik aan jou. Ik kan er lang naar kijken, verwonderd over haar schoonheid.
Kwetsbaar.
Zoals onze vader-dochterrelatie is geweest.
En toch… ze is voor mij het mooiste schepsel van haar soort. In haar dans zie ik vrijheid — de vrijheid om zelf te bepalen wat we met onze herinneringen doen. Ze weerspiegelt de kwetsbare schoonheid van het leven in haar vleugels. Het leven ís kwetsbaar. Wij mensen zijn kwetsbaar. Onze relaties zijn kwetsbaar.
De veelzijdigheid van haar kleuren geeft me hoop. Hoop dat het leven ook een zachte, lichte kant heeft. Ze geeft me ruimte om te genieten van de mooie momenten die ik mag koesteren, zonder schaamte.
De kalmte waarmee ze haar koers vertrouwt, laat mij geloven in de mijne. Het is mogelijk. We kunnen een richting kiezen, en die grotendeels zelf vormgeven. We hoeven alleen maar te vertrouwen op een koers die geworteld is in liefde en vrede. Dan komen we er vanzelf.
Ik heb je gemist in mijn leven.
Er waren zoveel momenten waarop ik je graag dichtbij had gewild.
Niet als held of redder, maar gewoon als vader.
Aanwezig. Betrokken. Nabij.
Bij het kopen van mijn eerste huis.
Op mijn trouwdag.
Bij de geboorte van mijn kinderen.
Momenten waarop jouw aanwezigheid iets had kunnen verzachten.
Een hand op mijn schouder. Een blik van trots. Een simpel “ik ben er.” Dat je me zou zien. Zou horen. Dat je tegen me zou zeggen: “Lieve dochter, wat ben ik trots op jou.”
Die woorden heb ik mezelf moeten aanleren. Ik heb moeten leren om bewust trots op mezelf te zijn.
Maar ik ben nooit, nee nooit, gestopt met van je houden. Ik heb geleerd om op een andere manier van je te houden. En nu je er écht niet meer bent, voelt dat als jouw laatste vingerafdruk op mijn ziel.
Pap, wat jij voor mij niet kon zijn, heb ik omgezet in kracht. Onafhankelijkheid. Zelfredzaamheid. Veerkracht. En daar ben ik dankbaar voor.
Dit lied is voor jou.
Omdat ik weet dat jij je tijdens het luisteren ervan het meest kwetsbaar voelde.
Omdat het je herinnerde aan jouw eigen verlies — de liefde voor je moeder, die je zo diep hebt moeten missen.
Liefde in de schaduw van gemis
Ik liep rond met de gedachte hoe ik een liefde kan omschrijven die me al jaren bezighoudt. Een liefde die ik wil begrijpen, doorgronden. Waarom voel ik dit nog steeds, terwijl de band waarop deze liefde zou moeten rusten, eigenlijk niet bestaat?
Het is het filosofische in mij dat me aanzet tot nadenken. Ik wil er woorden aan geven, vorm aan geven. Misschien om het te kunnen plaatsen. Misschien om het eindelijk een beetje te kunnen dragen.
Er zijn momenten waarop ik mezelf afvraag hoe het kan dat degene die mij het meest nabij zou moeten zijn, juist degene is die me het diepst heeft geraakt. Niet alleen door wat er ontbrak — de stilte, het uitblijven van erkenning — maar ook door wat er wél was. Harde woorden. Daden die pijn deden. Momenten die zich als littekens in mijn herinnering hebben genesteld.
En toch bleef ik hopen. Op trots. Niet alleen op wat ik doe, maar op wie ik bén. Op mijn zijn. Op mijn bestaan.
Trots.
En meer dan dat: dankbaarheid, tevredenheid, blijdschap. Een blik die zegt: “Ik zie jou. Helemaal.”
Maar als dat er niet is — nooit echt geweest is — is het dan bevrijdend om afstand te nemen? Om niet langer te wachten op iets wat misschien nooit komt?
Of blijft er altijd een deel in mij dat hoopt, verlangt, zoekt?
Zo bestaan er ook andere vormen van liefde met een beperkte of verstoorde band. Liefde is niet altijd helder omlijnd. Soms leeft ze in de schaduw van wat had moeten zijn. In een blik die uitblijft, een woord dat nooit gesproken werd, een nabijheid die slechts in herinnering bestaat.
Er zijn vormen van liefde die zich vastklampen aan wat ooit beloofd leek, maar nooit werd waargemaakt. Liefde die zich uitstrekt over een kloof van onbegrip, van gemis, van stilte.
En toch… ze bestaat. Niet minder echt, maar anders. Onvolledig. Gekwetst. Verstoord. Maar nog steeds liefde.
Het blijft liefde, ook voor mij, in een vorm die niet voldoet aan het plaatje dat ik ooit als kind voor me zag. Geen warme armen die altijd openstaan, geen woorden die mij optillen, geen blik die zegt: “Ik zie jou.” Maar iets anders. Iets dat blijft trekken, blijft hopen, blijft zoeken naar erkenning in een leeg veld.
Misschien is het dat wat liefde soms ook is: een verlangen dat zich vastklampt aan wat had kunnen zijn. Een echo van nabijheid in een ruimte die nooit echt gevuld is geweest.
En toch… ik voel het. Nog steeds. Ondanks alles.
“Onbeantwoorde liefde is geen mislukking. Het is een stille getuigenis van je vermogen om te voelen, zelfs zonder terugkeer.”
Wanneer we kiezen voor liefde
Wanneer we kiezen voor liefde, kiezen we voor kwetsbaarheid. Maar soms is die kwetsbaarheid niet verbonden aan nabijheid. Soms is het juist de afstand die ons leert wat liefde werkelijk betekent.
Liefde hoeft niet altijd tastbaar te zijn, niet altijd wederkerig, niet altijd aanwezig in de vorm die we verlangen. Soms is liefde een stille aanvaarding. Een innerlijk weten dat we liefhebben, zonder wrok, zonder strijd. Dat we vergeven, niet omdat het gevraagd wordt, maar omdat het ons bevrijdt.
Het is een keuze die rust brengt. Geen verzet meer tegen wat ontbreekt, maar een zachte berusting in wat is. Liefde als een innerlijke beweging — niet gericht op de ander, maar op onszelf. Op vrede in ons hart.
Idealiseer jij liefde?
Ik heb geprobeerd een reflectie te delen over liefde en het ontvangen ervan. Want ieder mens, ongeacht zijn of haar vermogen om liefde te geven of te ontvangen, is het waard om liefde te ervaren. Dat is misschien wel de kern van onvoorwaardelijke liefde: dat het niet afhankelijk is van perfectie, maar van menselijkheid. Van mededogen.
Soms groeit liefde juist in de afwezigheid van de ander. Het kan een innerlijk proces worden, een herinnering die zich langzaam vormt tot iets zachts, iets idealistisch misschien. We romantiseren wat we missen — niet uit zwakte, maar uit verlangen. Het helpt ons omgaan met het gemis, met wat nooit helemaal is geweest of nooit helemaal zal zijn.
Idealiseer ik de liefde? Misschien. Maar misschien is het ook een teken van mijn vermogen om liefde te blijven zien, zelfs in de schaduw. Om betekenis te geven aan wat niet tastbaar is. Om te voelen, zelfs als er geen hand is die terugreikt.
En als je een hart hebt dat veel liefde kan dragen en geven, dan is dat een zegen. Maar ook een verantwoordelijkheid. Want liefde is geen grenzeloze stroom — het vraagt ook om grenzen. Om zelfbescherming. Zodat liefde niet omslaat in teleurstelling, en teleurstelling niet in verbittering.
Liefde vraagt moed. Maar ook wijsheid. En soms is het meest liefdevolle wat je kunt doen: afstand houden, zonder wrok. Aanvaarden wat er niet is, en toch vrede vinden in wat je voelt.
“Liefde hoeft niet altijd te blijven om waardevol te zijn. Soms is het juist de liefde die je loslaat, die je het meest bevrijdt.”
Gezonde balans tussen liefde en zelfbescherming + tips voor loslaten
Het is een dunne draad, gespannen tussen geven en bewaren. Tussen openstaan en afsluiten. Liefde vraagt om overgave, maar ook om waakzaamheid. Want wie zichzelf verliest in het verlangen naar erkenning, raakt soms verder van huis dan ooit bedoeld was.
Toch geloof ik dat het kan — die balans. Niet als een vaste staat, maar als een voortdurende beweging. Een dans tussen hart en hoofd. Waarin ik leer om lief te hebben zonder mezelf te vergeten. Waarin ik grenzen trek, niet uit hardheid, maar uit zorg. Voor mij. Voor mijn hart.
En misschien is dat wel de meest volwassen vorm van liefde: die waarin ik mezelf niet opoffer, maar omarm.
Grenzen en zelfbescherming
In relaties is het van wezenlijk belang om je eigen grenzen te kennen — en ze te eren. Niet als een muur, maar als een zachte omheining die je beschermt terwijl je open blijft staan voor liefde. Het is het subtiele tussen geven en ontvangen, tussen nabijheid en zelfbehoud.
Zelfbescherming betekent niet dat je je hart sluit. Integendeel. Het betekent dat je waakt over je innerlijke rust, terwijl je met open handen in verbinding blijft. Soms vraagt liefde om moedige keuzes. Om gesprekken die schuren. Om afstand die pijn doet. Maar juist daarin schuilt de zorg voor jezelf.
Want liefde die ten koste gaat van je welzijn, verliest haar zuiverheid. En liefde die ruimte laat voor jouw grenzen, groeit in echtheid. Het is die balans — tussen liefdevol zijn en trouw blijven aan jezelf — die uiteindelijk leidt tot vrede. In jezelf, en in de relatie met de ander.
Tips om een gezonde balans te vinden tussen liefde en zelfbescherming:
1. Erken wat er is — en wat er niet is
Liefde hoeft niet altijd beantwoord te worden om echt te zijn. Door te erkennen dat jouw liefde bestaat, ook als de ander die niet kan of wil ontvangen, eer je je eigen gevoelswereld. Maar erken ook het gemis, zonder het te verdoezelen. In die eerlijkheid schuilt kracht.
2. Laat idealisatie los, om ruimte te maken voor waarheid
Het is menselijk om iemand mooier te maken in je herinnering dan die in werkelijkheid was. Maar liefde die gebaseerd is op een illusie, houdt je gevangen. Durf te kijken naar de hele werkelijkheid — ook naar wat pijn doet. Niet om te oordelen, maar om vrij te worden.
3. Stel zachte grenzen — uit liefde voor jezelf
Zelfbescherming is geen afwijzing van de ander, maar een omarming van jezelf. Je mag kiezen voor afstand als nabijheid je schaadt. Je mag ‘nee’ zeggen zonder schuld. Grenzen zijn geen muren, maar poorten die jij zelf mag openen of sluiten.
4. Laat verdriet stromen, zodat wrok geen wortel schiet
Wrok ontstaat vaak uit ingehouden pijn. Geef jezelf toestemming om te rouwen om wat je niet hebt gekregen. Huil, schrijf, spreek uit. Verdriet dat erkend wordt, verandert. Het wordt zachter. En in die zachtheid ontstaat ruimte voor vergeving — niet voor de ander, maar voor jouw eigen rust.
5. Herdefinieer liefde als iets dat in jou leeft
Liefde hoeft niet altijd gericht te zijn op een ander. Het kan ook een innerlijke bron zijn. Een manier van kijken, voelen, zijn. Als je liefde kunt voelen zonder dat het beantwoord wordt, dan bezit je iets kostbaars. Iets dat je kunt richten op jezelf, op de wereld, op het leven.
6. Transformeer gemis in betekenis
Wat je hebt gevoeld, was echt. Wat je hebt gemist, ook. Maar je kunt kiezen om dat gemis niet als leegte te dragen, maar als een bron van inzicht. Wat heb je geleerd over jezelf? Over je verlangens, je kracht, je grenzen? Laat het je vormen, niet verzwaren.
“Wat je loslaat uit liefde, draag je niet langer als last. Je draagt het als herinnering, niet als wond.”
Zes zachte maar krachtige tips om los te laten:
1 Erken je pijn zonder oordeel
Laat jezelf voelen wat je voelt. Verdriet, teleurstelling, boosheid — ze mogen er zijn. Pas als je ze toelaat, kunnen ze beginnen te verzachten.
2 Schrijf een brief die je niet hoeft te versturen
Vertel alles wat je nog wilde zeggen. Laat je hart spreken. En dan: verbrand het, begraaf het, of bewaar het als ritueel van loslaten.
3 Herinner jezelf eraan dat liefde geen verplichting is
Je hoeft niet te blijven geven aan iemand die niet ontvangt. Liefde is geen bewijsdrang. Je bent al genoeg, ook zonder erkenning van de ander.
4 Verleg je focus van de ander naar jezelf
Wat heb jij nodig? Wat maakt jou blij, rustig, heel? Richt je energie op jouw groei, jouw rust, jouw leven.
5 Vergeef — niet voor de ander, maar voor jezelf
Vergeving betekent niet goedkeuren. Het betekent: ik laat los wat mij vasthoudt. Ik kies voor vrijheid, niet voor wrok.
6 Creëer een afscheidsritueel
Een wandeling, een kaars, een steen in het water. Een symbolisch moment waarin je zegt: “Ik laat jou gaan. En ik kies voor mij.”
Wees zacht voor jezelf. Ook dat is een vorm van liefde.
Tot slot
Liefde is een krachtig iets.
Zelfs als ze niet beantwoord wordt, kan ze diep in ons blijven leven. Ze kan ons vormen, verzachten, maar ook verwarren. En als we niet opletten, kan ze zich stilletjes omkeren — in bitterheid, in wrok, in een stille strijd tegen onszelf.
Deze strijd ontstaat wanneer liefde geen bedding vindt, geen erkenning, geen terugkeer. Het is de pijn van het niet gezien worden, die zich vastzet in het hart.
Het is een vorm van blijven dienen.
Zolang we wrok koesteren, blijven we innerlijk verbonden met degene die ons niet tegemoetkwam. We blijven geven — maar dan in de vorm van aandacht, frustratie, pijn. Het is nog steeds een relatie, alleen nu gevoed door gemis in plaats van liefde.
De ware bevrijding ligt in loslaten.
Niet in onverschilligheid, maar in mildheid. In het erkennen dat liefde niet altijd wederkerig is, en dat dat oké is. Dat we mogen rouwen om wat er niet was, en daarna onze handen leegmaken. Niet om te vergeten, maar om ruimte te maken voor iets nieuws. Voor rust. Voor onszelf.
Wees daarom waakzaam. Niet voor de liefde zelf, maar voor wat ze met je doet als je blijft geven waar niets terugkomt. Als je blijft hopen op iets wat niet komt, en jezelf daarin verliest.
Je verdient liefde die stroomt, niet die stagneert. Liefde die voedt, niet die uitput. En als die liefde niet van buiten komt, laat haar dan van binnen groeien. In zachtheid. In grenzen. In rust.
Laat los wat jou niet langer dient. Niet omdat het je niets waard was, maar omdat jij het waard bent om vrij te zijn.
“Loslaten betekent tijdelijk het houvast verliezen. Niet loslaten betekent voor altijd het houvast verliezen.”
— Søren Kierkegaard
Wil je actief aan de slag met reflecties op onbeantwoorde liefde?
Download via deze link het bijbehorende werkblad met reflectievragen en oefeningen

Geef een reactie