Ik mis je, maar ik weet niet wat.
Liefde begint voor mij niet met warmte.
Ze begint met gemis.
Ik mis jou.
Alleen weet ik niet eens precies wat ik mis.
Niet één duidelijk moment, niet één herinnering die alles omvat.
Eerder iets wat er nooit helemaal geweest is… en misschien juist daarom zo voelbaar blijft.
Soms denk ik dat ik jou mis als vader. Gewoon als iemand die er was. Aanwezig. Nabij. Iemand die me zag.
En op andere momenten mis ik juist die kleine stukjes die er wél waren.
Korte momenten. Iets zachts, iets vaderlijks. Zo klein dat je het bijna over het hoofd ziet, maar blijkbaar groot genoeg om iets achter te laten dat nog steeds ergens leeft.
Het zit niet vast. Het beweegt. Ik merk het op onverwachte momenten.
Wanneer ik tussen mensen zit en ineens voel dat er iets ontbreekt zonder dat ik het kan aanwijzen. Of wanneer ik een vader en een dochter samen zie, in iets heel eenvoudigs; een blik, een grapje, een arm om een schouder, en dat me sterker raakt dan ik had verwacht.
Alsof mijn lichaam iets herkent wat ik zelf nooit helemaal heb gekend.

Dat is misschien wat het zo verwarrend maakt. Dat je iets kunt missen wat je nooit volledig hebt gehad.
En toch… is het er.
In dat stille stukje kwam ik je het meest tegen. In die piepkleine momenten die ineens weer bovenkomen. Zoals die ene dag, daar in de kerk.
Tijdens jouw afscheid.
Er vloog een vlinder door het licht.
Zacht, onverwacht, bijna alsof ze precies wist waar ze moest zijn. En op dat moment voelde het even anders. Alsof er iets verschuift van verlies naar verbinding. Alsof jij even meebewoog in dat kleine, stille moment.
Sindsdien hebben vlinders iets met me.
Elke keer als er één voorbij komt, lijkt het alsof jij even dichtbij bent. Niet tastbaar, maar aanwezig op een manier die ik niet uit kan leggen.
En misschien hoeft dat ook niet.
Ik heb je gemist.
Op momenten waarop het heel vanzelfsprekend had gevoeld als je er was geweest. Bij keuzes. Bij grote stappen. Bij kleine momenten die je eigenlijk alleen wilt delen met iemand die zegt: ik zie je.
Die woorden heb ik mezelf moeten leren. Wat er niet was, heb ik stukje bij beetje zelf opgebouwd.
Trots.
Erkenning.
Steun.
En ergens zit daar ook iets dubbels in.
Dat liefde blijft bestaan, ook wanneer de vorm waarin je haar zocht er nooit echt is geweest.
Ik heb me vaak afgevraagd wat dat is. Wat het betekent om van iemand te houden die je tegelijk hebt gemist. Die je niet kon geven wat je nodig had, en waar je toch naar blijft reiken.
Misschien omdat liefde niet stopt waar iets ontbreekt. Misschien omdat ze zich soms vastzet in wat had kunnen zijn. In een vorm die nooit helemaal gevuld werd, maar ook nooit verdwijnt.
En toch voelt het echt.
Niet zoals je het had bedacht, maar wel zoals je het ervaart.
Dat ben ik anders gaan zien, als iets wat begrepen mag worden. Dat dat gemis iets laat zien. Wat ik nodig had. Waar mijn verlangen zit. Wat ik nog steeds zoek. En dat daar ook een keuze in zit, om anders om te gaan met wat je voelt. Om niet te blijven wachten op iets van buitenaf, maar om te kijken wat je jezelf kunt geven van wat je hebt gemist.
Maar dat gaat niet in één keer. Het is geen besluit. Het is iets dat zich langzaam laat begrijpen. Dat je gaandeweg merkt dat je niet meer alles buiten jezelf hoeft te zoeken, en dat je jezelf steeds vaker opvangt in plaats van blijft reiken.
Het gemis verdwijnt niet. Maar het verandert.
Van iets scherps naar iets zachters. Van iets wat leeg voelt naar iets wat betekenis krijgt.
En misschien is dat wat liefde soms ook is.
Niet alleen wat we ontvangen, maar ook wat we leren dragen. Wat we herkennen. Wat we blijven voelen, ook als het niet terugkomt.
En ergens…
hoe ingewikkeld ook…
zit daar iets echts in.

Geef een reactie