Soms zijn we het strengst voor de persoon die het meest behoefte heeft aan onze vriendelijkheid: onszelf.
Onlangs vroeg ik mezelf af hoe ik eigenlijk tegen mezelf praat. Niet hardop natuurlijk. Maar die stem die ergens op de achtergrond altijd aanwezig is. Die commentaar geeft. Beoordeelt. En die vindt dat dingen beter moeten.
En eerlijk?
Die stem is niet altijd even vriendelijk. Wanneer een vriendin moe is, zeg ik dat ze rust mag nemen. Wanneer ze verdrietig is, zeg ik dat haar gevoelens er mogen zijn. Wanneer ze een fout maakt, zeg ik dat ze ook maar mens is. Maar wanneer het over mezelf gaat, blijken er soms andere regels te gelden. Dan vind ik dat ik sterker had moeten zijn. Dat ik eerder had moeten ingrijpen. Dat ik beter voor mezelf had moeten zorgen. Dat ik niet zo moe had mogen zijn.
Alsof mildheid voor iedereen geldt, behalve voor mijzelf.
De vriendin die ik zelf mag zijn
Misschien herken je dat wel. Dat je voor anderen eindeloos begrip kunt opbrengen, terwijl je jezelf beoordeelt op dingen waar niemand anders je op zou afrekenen.
Ik merk dat bij mezelf regelmatig. Vooral wanneer ik weer eens in een oude valkuil trap. Wanneer ik te lang doorga en mijn grenzen niet goed bewaak. Of pas laat merk dat mijn energie opraakt.
Dan is mijn eerste reactie vaak niet: “Ach Tien, wat vervelend voor je.”
Maar eerder: “Je wist dit toch?” “Had je dit niet eerder kunnen zien?”
Niet bepaald woorden die helpen.
Wat zou ik tegen een vriendin zeggen?
Soms probeer ik daarom een andere vraag te stellen.
Niet: “Wat vind ik hiervan?”
Maar: “Wat zou ik tegen een vriendin zeggen?”
Dat verandert vaak alles. Want tegen een vriendin zou ik nooit zeggen: “Je stelt je aan.” “Je moet gewoon doorgaan.”
Ik zou luisteren. Begrijpen. Troosten. En misschien precies dát is wat we onszelf ook mogen geven.
Mildheid is geen zwakte
Lange tijd dacht ik dat streng zijn me verder zou brengen. Dat ik daarmee gemotiveerd bleef. Dat ik mezelf scherp hield.
Maar inmiddels denk ik daar anders over. Mildheid betekent niet dat je geen verantwoordelijkheid neemt. Het betekent ook niet dat alles maar prima is. Mildheid betekent dat je eerlijk kijkt naar wat er speelt, zonder jezelf ondertussen af te breken. Dat je erkent dat iets moeilijk is. Dat je ruimte geeft aan wat je voelt.
Dat je jezelf behandelt als iemand die zorg verdient.
Hoe doe je dat in het dagelijks leven?
Milder worden voor jezelf klinkt mooi. Totdat je jezelf er voor de vijfde keer op betrapt dat je precies hetzelfde doet als vorige week. Of vorige maand. Of vorig jaar.
Als ik eerlijk ben, zijn er genoeg momenten waarop ik nog steeds tegen mezelf praat op een manier die ik bij een ander nooit zou accepteren.
Dan ben ik moe en denk ik: “Kom op, stel je niet aan.”
Dan loop ik weer over mijn grenzen heen en denk ik: “Je wist dit toch?”
Of ik merk dat ik opnieuw te veel hooi op mijn vork heb genomen en zucht: “Hoe dan? Je hebt hier toch al zó vaak over nagedacht?”
En ergens moet ik daar soms ook een beetje om lachen. Want het is bijna komisch. Dan schrijf ik een blog over grenzen bewaken om vervolgens een paar weken later zelf te denken: “Ach joh, die grens kan best nog een stukje opschuiven…” Waarna mijn lijf vervolgens vriendelijk, maar zeer beslist laat weten: “Nee Tineke. Dat kan niet.”
Bewustwording is eigenlijk al winst
Wat ik nu weet, is dat groei niet betekent dat je nooit meer in dezelfde valkuil stapt. Groei betekent vaak dat je hem eerder herkent. Vroeger liep ik misschien nog maanden door. Nu denk ik soms al na een paar dagen: “O wacht eens even… volgens mij ben ik weer iets aan het doen wat helemaal niet zo handig is.”
Dat is misschien minder indrukwekkend dan een complete levensverandering. Maar eerlijk? Ik denk dat daar de echte winst zit. Niet in perfect zijn. Niet in alles goed doen. Maar in bewust worden van wat je doet.
Een kleine oefening
Wanneer ik dus merk dat mijn innerlijke criticus weer hard aan het werk is, probeer ik mezelf af te vragen: “Zou ik dit ook tegen een vriendin zeggen?“
Meestal niet.
En soms vraag ik mezelf iets anders: “Wat zou ik tegen een vriendin zeggen als zij dit meemaakte?“
Dat antwoord is bijna altijd zachter. Milder en vriendelijker. En vaak precies wat ik zelf ook nodig heb.
Misschien is dit de echte oefening
Misschien gaat zelfcompassie uiteindelijk niet over nooit meer streng zijn voor jezelf. Misschien gaat het erom dat je jezelf steeds weer terugvindt.
Dat je merkt: “Hé, daar ga ik weer.”
En dat je vervolgens niet met een grote stok achter jezelf aan rent, maar even stil blijft staan. Glimlacht en een diepe ademhaling neemt.
En opnieuw begint.
Met iets meer zachtheid dan gisteren.
Zelfcompassie is niet dat je nooit meer struikelt. Het is dat je jezelf vriendelijk helpt opstaan wanneer het gebeurt.
