Zodra je je innerlijke criticus een gezicht geeft, merk je dat hij vaak minder groot is dan je dacht.
Ken je dat stemmetje in je hoofd dat precies lijkt te weten wat er allemaal niet goed gaat?
Dat stemmetje dat zegt dat je beter je best moet doen. Dat een tekening niet mooi genoeg is. Dat iemand anders het vast veel beter kan. Of dat je eigenlijk niet zo veel voorstelt.
De kans is groot dat je het kent. Ik denk namelijk dat we het allemaal hebben.
Soms noemen ze het je innerlijke criticus. Die stem die altijd klaarstaat met commentaar. En eerlijk gezegd is die meestal een stuk minder vriendelijk voor ons dan we ooit voor een ander zouden zijn.
Juist bij creatieve activiteiten kan die criticus behoorlijk aanwezig zijn. Zodra je een leeg vel papier voor je hebt, kan hij zich zomaar laten horen.
“Dit wordt toch niks.”
“Je kunt dit helemaal niet.”
“Waarom zou je het eigenlijk proberen?”
Wat mij helpt, is om die stem niet al te serieus te nemen. En één van de leukste manieren om dat te doen, is door hem letterlijk een gezicht te geven.
Een creatieve oefening
Pak papier en teken het gezicht van jouw innerlijke criticus.
Maak hem gerust een beetje overdreven. Geef hem een scheve neus, een strenge blik, rotte tanden, een veel te grote mond of misschien wel een paar horentjes. Alles mag.
Het hoeft niet mooi te worden. Sterker nog: hoe losser je werkt, hoe beter.
Kijk daarna eens naar je tekening en schrijf op wat deze criticus allemaal tegen je zegt. Welke opmerkingen hoor je vaak terug? Waar probeert hij je van te overtuigen?
En geef hem vervolgens een naam.
Dat klinkt misschien een beetje gek, maar het kan helpen om wat afstand te creëren. Want zodra je merkt dat die stem weer opduikt, kun je denken:
“O, daar is hij weer.”
In plaats van te geloven dat hij altijd gelijk heeft.
Misschien mag hij er gewoon zijn
Het bijzondere is dat je innerlijke criticus meestal niet probeert je dwars te zitten. Vaak wil hij je beschermen tegen fouten, afwijzing of teleurstelling.
Alleen slaat hij daarin soms een beetje door.
Misschien hoeven we die criticus daarom niet altijd de mond te snoeren. Misschien is het al genoeg om hem te herkennen, vriendelijk te bedanken voor zijn bemoeienis en vervolgens toch verder te gaan.
Met tekenen. Met schrijven. Met proberen.
Want vaak ontstaan juist de mooiste dingen op het moment dat we het niet meer perfect hoeven te doen.
“Toen ik het niet meer goed hoefde te doen, ging het opeens veel beter.”
Loesje
Dus als jouw innerlijke criticus zich weer laat horen, kijk dan eens of je hem kunt herkennen.
En vraag jezelf af: geef ik hem vandaag het laatste woord?

