Over oude pijn, mededogen en de weg naar heling
“Heling begint niet wanneer we het gekwetste kind in ons achterlaten, maar wanneer we het eindelijk serieus nemen.”
Soms gebeurt er iets waardoor ik me ineens weer klein voel. Een opmerking. Een afwijzing. Het gevoel niet belangrijk te zijn. Vaak lijkt het iets kleins, maar vanbinnen raakt het een veel oudere laag.
Dan besef ik dat niet alleen de volwassen vrouw reageert die ik vandaag ben. Soms reageert ook een deel van het kind dat ik ooit was.
Het kind dat verlangde naar liefde.
Het kind dat gezien wilde worden.
Het kind dat behoefte had aan veiligheid en bevestiging.
Jarenlang dacht ik dat ik sterker zou worden door dat deel van mezelf achter te laten. Door door te gaan. Door niet terug te kijken.
Maar gaandeweg ontdekte ik iets anders. Werkelijke heling begint niet wanneer we het gekwetste kind in ons achterlaten. Het begint wanneer we dat kind eindelijk serieus nemen.
Een meisje van negen jaar
Toen ik negen jaar oud was, schreef ik briefjes aan Jezus. Kleine briefjes met grote vragen. Op een avond schreef ik of Hij mij alsjeblieft wilde laten voelen dat mijn vader van mij hield. Ik legde het briefje op mijn nachtkastje, met een pen erbij.
Want wie weet. Misschien zou er ’s nachts een antwoord verschijnen.
De volgende ochtend keek ik als eerste. Het briefje lag er nog precies zoals ik het had achtergelaten.
Leeg.
Ik weet nog hoe groot die teleurstelling voelde. Niet alleen omdat er geen antwoord stond, maar omdat het voelde alsof niemand mij hoorde.
Niet mijn vader.
En zelfs God niet.
Kinderen trekken soms conclusies die volwassenen nooit zouden trekken.
Een kind denkt niet:
“Misschien werkt dit anders.”
Een kind denkt:
“Zie je wel. Ik ben niet belangrijk genoeg.”
Die gedachte draag je soms veel langer mee dan je beseft.

De wond die blijft spreken
Het bijzondere aan oude pijn is dat ze niet altijd zichtbaar is. Je wordt volwassen. Je krijgt werk. Relaties. Kinderen. Verantwoordelijkheden.
Van buitenaf lijkt het alsof het verleden achter je ligt. Maar sommige wonden blijven af en toe spreken. Niet omdat je terug wilt naar vroeger, maar omdat het gemis van toen zich soms laat voelen in het nu. Juist afwijzing door degene die je had moeten beschermen, kan diepe sporen nalaten.
Je kunt leren vertrouwen en toch soms onzeker worden.
Je kunt geliefd zijn en toch af en toe bang zijn om afgewezen te worden.
Je kunt geheeld zijn en tegelijkertijd merken dat sommige littekens gevoelig blijven.
Dat is geen falen. Dat is menselijk.
Wat ik leerde over mededogen
Lange tijd voelde ik vooral medelijden met het meisje dat ik ooit was. Tot ik ontdekte dat mededogen iets anders is. Medelijden kijkt naar pijn. Mededogen gaat naast die pijn zitten.
Het zegt:
“Wat jij hebt meegemaakt was moeilijk.”
“Het is logisch dat dit je geraakt heeft.”
“Je hoeft niet langer te vechten om te bewijzen dat het pijn deed.”
Dat veranderde veel voor mij. Want het gekwetste kind in ons heeft vaak niet méér uitleg nodig. Het heeft erkenning nodig.
“Soms heeft het kind dat je ooit was geen oplossingen nodig, maar iemand die eindelijk zegt: ik zie je.”

God ontmoeten in het herstel
Een van de moeilijkste dingen vond ik misschien wel het opnieuw leren kijken naar God. Want hoe geloof je in een liefdevolle Vader als een vaderfiguur in je leven pijn heeft veroorzaakt? Dat zijn vragen waar geen snelle antwoorden op bestaan.
Maar ergens onderweg begon ik iets te ontdekken. God schreef niet alsnog een antwoord op dat briefje, maar Hij was al die jaren altijd aanwezig geweest.
In de mensen die mij hielpen. In de kracht die ik kreeg. In de momenten waarop ik eigenlijk niet meer wist hoe ik verder moest.
Wanneer ik terugkijk, zie ik dat ik dit niet alleen heb gedaan. En die ontdekking heeft mijn geloof veranderd.
Voor wie dit herkent
Misschien lees je dit en herken je er iets van. Misschien draag jij ook herinneringen mee die nog steeds pijn kunnen doen. Misschien miste je liefde, veiligheid of bevestiging. En probeer je al jaren sterk te zijn.
Dan wil ik je dit zeggen. Je bent niet zwak omdat oude pijn zich soms laat voelen. Je bent niet stuk. Je loopt niet achter. Misschien is er gewoon een deel van jou dat nog steeds gehoord wil worden. En misschien begint heling niet met harder werken, maar met zachter kijken.
Naar jezelf.
Naar je verhaal.
Naar het kind dat je ooit was.
Met dezelfde warmte en liefde waarmee je vandaag naar een verdrietig kind zou kijken. Want ook dat kind verdient het om gezien te worden. En misschien ontdek je onderweg wat ik langzaam heb geleerd: dat het verleden niet meer hoeft te bepalen wie je bent, terwijl het wél een deel van jouw verhaal mag blijven.

Mededogen is de brug tussen het kind dat je was en de volwassene die je mag worden.

Een gedicht voor het gekwetste kind
Mededogen voor het gekwetste kind in jezelf
Lieve kleine ik…
Zoals een moeder haar pasgeboren kind tegen zich aandrukt,
zo houd ik jou dicht bij mij
beschermend, verborgen in mijn armen.
Ik draag je als een lied in mijn hoofd,
wiegend op het ritme van de wind.
Dicht bij mijn hart houd ik je vast,
bang om je kwijt te raken.
Ik klem je stevig vast aan mijn gekwetste verleden,
omdat ik niet weet hoe ik je moet loslaten.
Maar lieve kleine ik…
als ik jou blijf vasthouden,
verlies ik het zicht op mijn toekomst.
Neem maar afscheid van de tijd
die niets meer kan geven
dan wat al geweest is.
Ga terug naar toen
naar het zijn dat voorbij is.
En als je gaat, huil dan niet.
Wij blijven hetzelfde kind,
ook zonder samen te zijn.
© Tineke Venhuizen
“De bevestiging dat God er altijd is en je vasthoudt door alle ellende heen, wordt werkelijkheid wanneer je op een dag terugkijkt en beseft: ik had dit nooit alleen gekund.” – Tineke

