Wanneer je niet meer goed voelt wat je voelt

Published by

on

Ik zat op een ochtend aan de keukentafel met een kop thee die ondertussen al koud was geworden.

Zo’n kop thee waarvan je denkt: oh ja, die stond er ook nog.

Buiten was het stil. Binnenin mij bewoog van alles tegelijk.
Het was geen duidelijke onrust, eerder iets wat er al een tijd zat en waar ik steeds langsheen leefde. Ik kon er geen woorden aan geven, maar ergens wist ik: ik ben het contact met mezelf een beetje kwijt.

Ik was gewend om door te gaan. Zorgen voor anderen, dingen regelen, sterk zijn wanneer dat nodig was. (En eerlijk is eerlijk, dat kon ik ook best goed.)

Alleen raakte er onderweg iets uit beeld.

Kleine gevoelens verdwenen naar de achtergrond. Verdriet, teleurstelling, twijfel. Er was altijd wel iets wat eerst moest. Iets belangrijkers. Iets dat niet kon wachten.

Tot ik op een dag merkte dat ik eigenlijk niet meer goed wist wat ik voelde.
Alsof alles een beetje op afstand kwam te staan. En ergens begon het te knagen: zo wil ik niet zijn.

Daar wilde ik iets in veranderen, door mezelf één simpele vraag te stellen:

Wat voel ik eigenlijk?

En toen merkte ik meteen al iets geks: ik wist het vaak niet eens.

Of ik had een antwoord… maar wilde het liever niet horen.

Toch bleef ik het voorzichtig doen. Gewoon even stilstaan. Kijken wat er gebeurt als je niks oplost.

Soms kwam er verdriet. Soms iets lichts. En soms alleen maar… ruis.

En ook dat bleek ergens bij te horen.

Ik herinner me een moment op werk.

Een gewone, drukke dag. Iemand zei iets kleins, maar het bleef hangen.
Zo’n opmerking waar je rationeel van denkt: ach, het valt wel mee
maar waar je toch de hele middag aan blijft denken.

Ik liep naar buiten en bleef even staan. En ergens, tussen dat denken en voelen in, werd het duidelijk: ik voelde me niet gehoord. Alsof wat er in mij speelde er eigenlijk niet echt toe deed.

En dat raakte meer dan ik had verwacht.

Vanaf dat moment merkte ik dat er langzaam iets begon te veranderen.

Ik ging weer schrijven. Zonder bedoeling, zonder mooie zinnen, gewoon om ergens woorden aan te geven. Soms waren het hele pagina’s, soms bleef het bij één zin. En af en toe alleen een paar gekke woorden die nergens op leken, behalve voor mij. Ik ging vaker naar buiten. Wandelen zonder plan. De ene keer voelde dat goed, de andere keer dacht ik na tien minuten: waar ben ik eigenlijk mee bezig?

Maar ook dat hoorde erbij.

In gesprekken merkte ik ook iets.

Ik reageerde niet meer zo snel. Niet omdat ik bedacht had dat dat beter was, maar omdat ik gewoon even moest zoeken naar wat er eigenlijk in mij gebeurde. En de ene keer kwam er dan minder uit dan ik had verwacht.
De andere keer juist meer.

Wat ik langzaam begon te zien, is dat gevoelens ergens naartoe wijzen.

Het is niet altijd logisch, niet altijd handig. Maar ze zeggen wel iets.

En als ik er te snel overheen ging, merkte ik dat het zich op een andere manier liet zien. In spanning. Of in vermoeidheid.
Of in dat vervelende gevoel dat er iets niet klopt… maar dat je er je vinger niet op kunt leggen.

En dat is misschien nog wel het lastigste: het gebeurt niet ineens.

Het schuift, heel klein, bijna ongemerkt. Tot je ineens denkt: wacht even… waar ben ik ergens gebleven?

Wat mij helpt, is niet om alles meteen te begrijpen. Alleen af en toe vertragen. Even kijken. Even voelen. Even niets doen.

Soms schrijf ik iets op.
Soms ga ik naar buiten.
Soms beweeg ik wat.

En soms zit ik weer met een kop koude thee aan tafel en merk ik: er speelt iets.

In die periode merkte ik dat ik soms letterlijk even stil moest staan.

Gewoon even mijn hand tegen mijn gezicht, en voelen: wat is er eigenlijk?

Ik weet niet of er één manier is.

Voor mij helpt het om af en toe even stil te staan, en iets meer aandacht te hebben voor wat ik voel.

Misschien herken je er iets van.

Dat je doorgaat, je aanpast en ergens een stukje van jezelf uit zicht raakt.

Even pauzeren kan al genoeg zijn.

En dan merk je: je bent er nog gewoon.